Twaalf meter diep tot de eerste zandlaag onder Amsterdam
Onder de Amsterdamse ophoogzandlaag zit een dik pakket veen en zeeklei: slap, samendrukbaar en niet geschikt om een bouwwerk op te funderen. Pas op ongeveer twaalf meter diepte begint de eerste zandlaag, dezelfde laag waarop de historische panden in de stad al eeuwen op houten palen staan.
Daarom zijn de palen op deze locatie 12 meter lang: ze steken door de slappe lagen heen en halen hun draagkracht uit de diepere zandlaag. Zo’n lengte is met de hand niet in één stuk te plaatsen, dus bestaan de palen uit koppelbare segmenten die we tijdens het indraaien op elkaar zetten. Schroeven verdringt de grond in plaats van dat er grond wordt afgevoerd, wat helpt om zetting van de omliggende tuin en de belendende bebouwing te voorkomen.
Werken in een ingesloten Amsterdamse binnentuin
De tuin ligt midden in een gesloten woonblok en is aan alle kanten omsloten door schuttingen, bergingen en de achtergevels van de buren. Er is geen inrit en geen achterom die breed genoeg is voor materieel, dus alle palen, gereedschap en de machine zijn met de hand naar binnen gebracht.
Voor dit soort locaties gebruiken we uit ons machinepark de compacte, elektrische handmachine. Die draait de palen verticaal in op plekken waar een rupsmachine niet komt, en werkt ook onder de bestaande pergola door. De vrije hoogte daar is beperkt, wat een extra reden was om met korte, koppelbare paalsegmenten te werken in plaats van met palen op volle lengte. De borders, de vijver en de bestrating eromheen bleven daarbij intact.